Mochilatechniek: zijkant

In deze mochila Wayuu gratis cursus leer je mochilatechniek gebruiken om een tas te haken, een mochila Wayuu. Aan het einde van de cursus heb je een kleine (maat S) tas gehaakt in mochilatechniek en misschien zelfs het tassenvirus te pakken gekregen. Veel succes!

Copyright! 

De cursus is gratis en bedoeld voor eigen gebruik. Deze cursus noch onderdelen van deze cursus mogen verkocht worden noch gedeeld (online of via print) onder jouw eigen naam. Wil je toch graag delen, neem contact op via mochilatasnl@gmail.com en leg uit waarom en hoe.

In dit vijfde deel beginnen we met de zijkant, eerste een stukje theorie en daarna de praktijk.

Voor deze minicursus heb ik de patronen van de zijkant helemaal uitgetekend. De bodem van 8 (10/12) meerderingen eindigt met 144 (180/216) steken en de zijkant is getekend op 144 (180/216) steken. Bijna altijd kom je patronen tegen die getekend zijn op de helft van de steken of op 100 steken (bodem van 8 meerderingen met 25 rondes is gemiddeld en eindigt met 200 steken). Het is dan aan jou om het patroon van de zijkant aan te passen.

~~ Je kan ook de bodem aanpassen door wat extra ‘rondes’ te haken met een meerdering extra hier en daar (of omgekeerd, wat minder ‘rondes’ met minder meerderingen). Maar je tas verandert van afmeting en het vereist wat meer ervaring. ~~

Stukje theorie

~~ Alle genoemde patronen vind je ook op onze Facebookpagina. ~~

Twee keer

Dit is patroon “Lievebloembeestje”. Een bodem van 25 en een zijkant van 100. De achtergrondkleur blijft hetzelfde over de hele tas.

De bodem eindigt met 200 steken. Dus de zijkant zal je twee keer moeten haken. Je start rechts*, haakt naar links, tot het einde. Dan is de ‘rij’ op het papieren patroon ‘op’ maar je zit pas halverwege je tas. Dus start je opnieuw rechts en herhaalt de ‘rij’. Je start rechts, haakt naar links, tot het einde. Nu heb je de ‘rij’ op het papieren patronen twee keer gehaakt maar in realiteit heb je één ‘rij’ gehaakt aan je tas.

~~ Ik gebruik ‘rij’ weer tussen aanhalingstekens, net als ‘ronde’. Ook nu zie je alleen maar rijen op papier. Je haakt nog steeds in een spiraal. ~~

Als je dit lastig vindt, print je het zijkantpatroon twee keer en je plakt ze aan elkaar. Zo is het papieren patroon altijd hetzelfde als je tas.

Patroonovergang of -verspringing

Patroon “Soundwave” heeft net als ons patroon een wisseling in achtergrondkleur. Die kleurwisseling kan sommige mensen in de war brengen. Ze willen graag zien hoe de patroonovergang eruit ziet zodat ze dit kunnen vergelijken met hun haakwerk. Het patroon twee keer printen en aan elkaar plakken zoals bij Lievebloembeestje laat nog steeds niet die patroonovergang zien.

Print het patroon toch twee keer en plak de twee bladzijden vervolgens verspringend aan elkaar. Zo zal de patroonovergang van je tas er ook uit gaan zien.

LET OP! Het patroon dat we gebruiken voor deze cursus is niet 50% zoals Lievebloembeestje en Soundwave maar 100%. Als je het twee keer print en aan elkaar plakt moet je de helft links en de helft rechts wegknippen. Doe je dat niet dan ga je dubbel zoveel steken haken als de bedoeling is.

In het deel “Materialen” heb ik al een voorbeeld gemaakt van de patroonovergang van het cursuspatroon. Deze kan je gebruiken voor zowel 8 als 10 en 12 meerderingen.

~~ Ook in het boek heb ik bij elk patroon een tekening geplaatst van de patroonovergang. ~~

Zo zal de patroonovergang/patroonverspringing ofwel de ‘naad’ van je tas eruit gaan zien. Voor het haken van de zijkant zal ik deze tekening ook aanhouden.

Gevorderden

Sommige patronen zijn rijk in kleuren en figuren. Het printen en plakken van het patroon is dan ideaal om kleine aanpassingen aan de patroon te maken zodat de overgang zo onopvallend mogelijk loopt. Dit is patroon “Diamond Line” uit het boek “Tassen haken: mochilatechniek”.

Door te printen en plakken kan je zien hoe de patroonovergang zal worden: niet zo fraai.

Door enkele kleine aanpassingen te maken én te blijven onthouden dat je in een spiraal haakt en dus je ‘begin van de ronde’ kan verplaatsen, ziet de ‘naad’ beter uit.

Aan de haak!

Stukje theorie achter de rug, we gaan weer haken!

Van bodem naar zijkant

Er wordt af en toe op Facebook gevraagd: hoe ga je van bodem naar zijkant? Het antwoord is simpel: je stopt met meerderen. De enige reden dat je bodem steeds groeit is dat je meerdert. Stop met meerderen en je ‘rondes’ worden ‘rijen’ die ‘omhoog gaan’ omdat ze geen andere kant uit kunnen.

Er zijn twee manieren waarop je de zijkant kan starten: natuurlijk en geforceerd. Ik heb beide manieren meerdere keren toegepast en ben zelf voorstander van een natuurlijke overgang. Ik bespreek ze allebei. Aan jou de keuze.

Geforceerde overgang

Dit klinkt akeliger dan het is. De overgang naar de zijkant ‘forceren’ wil niet meer zeggen dan dat je je meeloopdraden gebruikt om een opstaand randje te ‘forceren’.

Een geforceerde overgang werkt het beste als je haakt aan een tafel. Je zal regelmatig je bodem plat neerleggen.

~~ Vanaf nu zal de achterkant (=binnenkant) van bodem van de tas steeds zichtbaar zijn tijdens het haken. ~~

Ik heb 15 steken (zie foto hierboven) gehaakt zonder meerderingen maar hey, waarom zie ik geen zijkant? Die gaan we nu forceren. Leg je bodem plat op tafel. Zet je middelvinger of ringvinger op de beginsteek van deze ‘rij’ en duw met je duim de 15 steken omhoog.

Trek aan de meeloopdraden en modelleer je steken zodat ze redelijk rechtop blijven staan. Let op! Als je te hard trekt, zal je bodem meteen bol gaan staan waar dat niet moet. Wanner je dit merkt, neem het opstaande randje tussen je duim en wijsvinger en strijk van rechts naar links, naar je laatste vaste toe.

~~ Een perfecte rechte hoek is bijna niet mogelijk omdat dit haakwerk is, geen knutselwerk met dun papier. Hoe dunner je garen is, echter, hoe scherper de overgang kan zijn. ~~

Haak opnieuw 10 tot 20 steken. Hou de rand overeind en trek aan je meeloopdraden.

Herhaal dit over de hele ‘rij’.

Halverwege

Helemaal rond

~~ Er zijn haaksters (M/V) die nu al een kartonnen of plastic bodem bevestigen aan de gehaakte bodem. Ik vind het veel lastiger haken maar zij zeggen dat het helpt. Aan jou de keuze. ~~

Natuurlijke overgang

Bij deze overgang heb je geen tafel nodig want je gaat niet aan je meeloopdraden trekken om het opstaande randje te krijgen. Het natuurlijke proces van niet minderen en dus overgaan naar de zijkant doet hier zijn werk. De methode werkt het beste voor mij omdat ik mijn meeloopdraden sowieso al strak hou terwijl ik haak. Bovendien stoor ik me niet aan een geleidelijke overgang.

Zoals je ziet hierboven en beneden heb ik geen strakke overgang maar mijn rand wil wel al overeind gaan staan.

‘Rij’ 1

Welke manier van overgang je ook gekozen hebt, je hebt nu de eerste ‘rij’ van de zijkant al gehaakt. Zet alvast een eerste aantekening op het papieren patroon. Dat kan met pen of potlood of stift, een streepje, een stip, een pijl, wat voor jou het makkelijkste is. Bij ingewikkelde patronen gebruik ik een gele, roze of groene markeerstift zodat ik in één oogopslag kan zien welke ‘rij’ ik aan het haken ben.

‘Rij 2’

In ‘rij’ 2 pikken we de figuren weer op. Ik heb het patroon zo ontworpen dat de patroonovergang precies tussen twee figuren in valt. Een nieuwe ‘rij’ begint altijd met een steek in de achtergrondkleur en eventueel een kleurwisseling.

Tel op het papieren patroon de steken en schrijf ze erbij. Ik heb gemerkt dat ik zo het patroon sneller en beter kan onthouden. Bovendien hoef je dan tijdens het haken niet telkens te stoppen om te tellen.

Begin nu aan ‘rij’ 2. Alles wat je geleerd hebt over de bodem kan je nu ook toepassen. Blijf tellen, doe de keurwisseling zoals je geleerd hebt, trek regelmatig en rustig aan je meeloopdraden. Ja, ook als je voor een natuurlijke overgang gekozen hebt, moet je nu weer aan je meeloopdraden trekken.

Als je een geforceerde overgang gekozen hebt, hou je randje in de gaten. Trek niet te hard want dan krijg je nu al een vernauwing. Maar trek ook niet te zacht want dan zie je later in je tas een verdikking. Er zijn haaksters die een kartonnen of plastic koker of riem gebruiken om elke rij die ze gehaakt hebben mee te controleren. Past de koker precies, dan is het haken goed gegaan. Is de koker te groot, dan heb je te strak gehaakt. Is de koker kleiner dan heb je te los gehaakt.

Als je een natuurlijk overgang gekozen hebt, zal je zien (zoals op de foto) dat je nu een randje begint te krijgen.

Niet zichtbaar vanaf deze kant maar als je de bodem omdraait…

…dan zie je de natuurlijk overgang pas goed.

‘Rijen’3 tot en met 11

Haak zoals ‘rij’ 2.

Als je een natuurlijk overgang gekozen hebt, geldt vanaf nu bovenstaande waarschuwing nu ook voor jou. Trek niet te hard want dan krijg je nu al een vernauwing. Maar trek ook niet te zacht want dan zie je later in je tas een verdikking. Het luistert vrij nauw maar geloof me als ik zeg dat zelfs mensen die al tientallen tassen gehaakt hebben hier nog steeds over kunnen struikelen.

‘Rijen’ 12 en 13

Dit is weer een effen ‘rij’. Hier kan je het makkelijkst de fout in gaan waardoor je tas een verdikking of vernauwing krijgt. Let heel goed op je dradenspanning, trek aan je meeloopdraden waar nodig maar doe het met beleid.

‘Rij’ 13 is een effen ‘rij’ met de nieuwe achtergrondkleur. Net als bij de bodem is dit de plek waar de patroonovergang het opvallendst is.

‘Rijen’ 14 tot en met 36

Blijf doorzetten. Pas alles wat je geleerd hebt toe.

~~ Slimmeriken hebben gezien dat ik in de laatste band van mijn tas geen oranje als achtergrondkleur gebruikt heb zoals het patroon zegt, maar zwart. Dit heb ik gedaan omdat ik vreesde oranje tekort te komen voor het maken van de band. Dat is ook de reden dat de middelste band geen oranje maar roze accenten heeft.
Zoals ik in het hoofdstuk Materialen al zei: dit patroon loont zich uitstekend om te spelen met kleuren en om halverwege correcties uit te voeren mocht je bang zijn garen tekort te komen.~~

‘Rijen’37 tot en met ’40’

Dit zijn zoals je ziet 4 effen ‘rijen’ achter elkaar. Dat haakt lekker weg. Maar let ook nu weer op de dradenspanning!

Volgende delen van de cursus

  1. Mochilatechniek: materialen
  2. Mochilatechniek: termen
  3. Mochilatechniek: bodem – ronde 1 tem 8
  4. Mochilatechniek: bodem – ronde 9 tem 18
  5. Mochilatechniek: zijkant
  6. Mochilatechniek: knoopsgaten (en afwerking)
  7. Mochilatechniek: schouderband

 

Deze website draait op cms WordPress, thema Allegiant van CPOThemes.

Colofon

Titel: Tassen haken: mochilatechniek – 10 unieke patronen met uitleg
Auteur: Anja Van Ginneken
Copyright © 2018 Tekstbureau Van Ginneken

KVK 14 1111 19
Plaats: Winschoten – Groningen

Eerste druk: 3 oktober 2018
Drukker: Ipskamp Printing

Genre: Handwerkboek
ISBN 978-90-829203-0-7
NUR 474

Vormgeving

Omslagontwerp: Anja Venema – Feste Communicatie
Vormgeving binnenwerk: Anja Venema – Feste Communicatie
Eindredactie: Annelies Ludwig-Kaan – SterksTaaltje
Foto’s: Linda Perdok – Anja Van Ginneken

Ondersteuning via
Facebookgroep: Tassen haken: Mochilatechniek
E-mail: mochilatasnl@gmail.com

Alle rechten voorbehouden